Afschaffing van de maaltijdcheques? Restauranthouders zijn geen voorstanders.

Er is heel wat te doen in het debat rond de afschaffing van de maaltijdcheque, die dan zou worden vervangen door een netto-bedrag op de bankrekening van de werknemer.
Belgian Restaurants Association eist dat men in deze rekening houdt met de mening van de restauranthouders. Zij zijn tegen de afschaffing.

« Het is verwonderlijk dat de opinie van de restaurateur in deze niet of weinig wordt gevraagd ; ook al gaat het hier om « restaurant tickets », van belang voor de sector », bevestigt Miguel Van Keirsbilck, secretaris generaal van Belgian Restaurants Association.  « Voor ons zijn de standpunten duidelijk: wij zijn tegen de afschaffing van de maaltijdcheques die iedere dag weer onze restaurateurs ondersteunen. »

Belgian Restaurants Association, vertegenwoordiger van de restaurants en brasseries van kwaliteit in de drie regio’s van het land, redeneert als volgt:

  • Het aandeel in het zakencijfer dat wordt gerealiseerd via maaltijdcheques is geenszins cruciaal voor onze restaurants, traiteurs en  brasseries.
  • Desalniettemin, de maaltijdcheque is op zich een element dat restaurantbezoek motiveert en bijgevolg ondersteunt.
  • De afschaffing – en de omzetting naar een netto-bedrag op de rekening van de werknemer – zal een negatieve impact hebben op een reeds kwetsbare sector.
  • Eenzelfde netto-bedrag kan makkelijk zijn weg vinden naar spaarekeningen en uitgaven in het buitenland.
  • In beide gevallen draagt dit niks bij tot de Belgische economie.
  • En dit terwijl onze restaurants werkgelegenheid creëren en lokale en artisanale produktie ondersteunen.

Het standpunt van B.R.A. is glashelder:

  • Neen tegen de afschaffing van het systeem van maaltijdcheques
  • Ja voor een veréénvoudiging via elektronische maaltijdcheques
  • Met beperkte vaste en variabele kosten voor de restaurants bij betaling met elektronische maaltijdcheques

“Restaurantbezoek aanmoedigen, op alle niveaus, is economische geldstromen creëren, alsook werkgelegenheid en sociale activiteit. We hebben ze alle drie nodig”, concludeert Miguel Van Keirsbilck.