De hitlist uitgelegd

1. Rechtszeker maken en uitbreiden van de RSZ-korting

De RSZ-korting in bedrijven tot en met 49 medewerkers van 500€ per kwartaal voor vijf vaste voltijdse medewerkers (800€ indien deze medewerkers jonger zijn dan 26 jaar) is een lastenverlagende maatregel die te weinig wordt toegepast. 

De reden is dubbel.  Ten eerste is de omvang van de maatregel te beperkt (maximaal een lastenverlaging van 10.000/16.000€ per jaar).  Ten tweede is de toepassing van de maatregel te complex, zeker in het licht van de omvang ervan.  Om de maatregel te mogen toepassen moet immers alle personeel van de onderneming het aanvangsuur en het einde van de arbeidsprestatie registreren in het GKS (of in een RSZ-tool).  Vermits een enkele fout kan leiden tot het totale verlies van de ganse vermindering, begint men er niet aan.

De BRA stelt daarom voor:

De bestaande doelgroepkorting moet versterkt en vereenvoudigd worden: 

  • de korting moet kunnen worden toegekend aan alle vaste medewerkers van de onderneming, zonder de verplichte registratie en prorata voor deeltijdse werknemers.
  • De doelgroepkorting wordt automatisch toegekend indien het GKS wordt gebruikt in de onderneming.  De verplichte registratie van alle personeelsleden wordt afgeschaft.

2. Fiscale aftrekbaarheid voor bedrijven naar 100 % en aftrekbaarheid van de restaurantkosten ook voor particulieren. De BRA stelt voor:

Vandaag kunnen zelfstandigen en ondernemingen hun restaurantkosten ter hoogte van 69% als beroepskosten inbrengen. Waartoe dient deze arbitraire beperking tot 69%? Het zou volstaan te beslissen dat deze uitgaven voortaan 100% aftrekbaar zijn.

Dit zou een stimulerend effect hebben op de sector en ook de economische groei in België bevorderen. Wij verwijzen naar een zeer grote onderneming die in het raam van ‘cost cutting’-maatregelen had beslist zakenlunches te verbieden: na drie maanden werd de maatregel ingetrokken omdat de verkoop drastisch verminderde! Wij weten maar al te goed dat een maaltijd in een restaurant een tijd van creativiteit, gezelligheid, inspiratie en gedachtewisseling is, kortom alle ingrediënten van nieuwe business!

De vraag is welke budgettaire impact deze verhoogde aftrekbaarheid zou kunnen hebben. Een positieve weerslag, in feite, voor zover het ganse proces transparant blijft! Als we er van uitgaan dat op 100 € die in een restaurant worden uitgegeven, 36 € onmiddellijk terugkeren naar de Staat onder vorm van btw, bedrijfsvoorheffing en sociale bijdragen, dan is het duidelijk dat 100% aftrekbaarheid van de uitgave bij een vennootschapsbelasting van 25 of 33% in elk geval onder de bovenvermelde 36% blijft! En dan houden we nog een rekening met het stimulerend effect!

Met een verhoging van de aftrekbaarheid zou de regering per slot van rekening meer inkomsten genereren en tegelijk banen creëren (of officieel maken).

Bovendien zouden de inkomsten van btw, bedrijfsvoorheffing en RSZ onmiddellijk tijdens het lopende begrotingsjaar worden geïnd, terwijl de budgettaire impact van afgetrokken beroepskosten slechts een jaar later zou worden verrekend.

Sommige landen hebben al ingezien dat wanneer ook particulieren restaurantkosten fiscaal kunnen aftrekken, iedereen daar binnen bepaalde perken voordeel uithaalt: de overheidsfinanciën, de levensvatbaarheid van restaurants en het sociale leven van de burgers.
De Belgian Restaurants Association heeft deze scenario’s onderzocht aan de hand van een werkhypothese dat voor particulieren 20% aftrekbaarheid van de restaurantkosten voorziet, met een maximum van 5000 €/jaar, wat neerkomt op max. 1000 € afgetrokken uitgaven per jaar en per belastingplichtige.

3. Lastenverlaging op nachtarbeid

Er bestaat een lastenverlaging op nachtarbeid via de bedrijfsvoorheffing.  Deze fiscale lastenverlaging (% ingehouden BV dient niet te worden doorgestort), kan onder volgende voorwaarden gebruikt worden:

  • Werknemers moeten minstens 1/3 van hun maandelijkse prestaties leveren tussen 20u en 6u (en het voordeel geldt evenmin voor werknemers die uitsluitend werken tussen 6 uur en 24 uur)
  • Voor deze uren moet er bovendien ook een premie betaald worden, anders geldt de lastenverlaging evenmin

Deze twee voorwaarden maken hem echter bijna ontoepasbaar in de horeca.  We spreken van nachtwerk voor uren tussen 20u en 6u.  De sector kent een bijkomende premie voor de uren tussen 0u en 5u van in 2017 1,24€ per uur (voor zover dezelfde uren al niet in aanmerking komen voor de overuren- of zondagtoeslag).  Bovendien is het in de sector veel voorkomend dat men meer dan een derde van zijn uren na 20u werkt, maar wel steeds eindigt rond 24u.

De BRA stelt daarom voor:

Deze maatregel aan de horeca realiteit aan te passen, zodat alle uren tussen 20u en 24u kunnen meetellen, zodra meer dan een derde van de arbeidstijd nachtwerk is.  Kan een oplossing voor de toeslag bekeken worden? In PC 302 worden nachturen immers vanaf 23 u vergoed. Een oplossing zou dus zijn om de regel te versoepelen naar 23 u voor de sector.