Krachtlijnen van het federaal regeerakkoord 2014

De leden van de nieuwe federale regering hebben op 11 oktober 2014 op het Koninklijk Paleis van Brussel de eed afgelegd. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste krachtlijnen die zij in het federaal regeerakkoord hebben opgenomen.

Loonkostenhandicap

De regering wenst de loonkostenhandicap met de buurlanden die sinds 1996 wordt waargenomen, weg te werken. Dit wordt onder meer geconcretiseerd door een indexsprong in 2015 en een verdere loonmatiging in 2015-2016. De wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen zal in dit kader worden aangepast.

Bovendien zal de regering de vermindering van de werkgeverslasten uitbreiden. Vóór het einde van de legislatuur zal ze het basispercentage van de werkgeversbijdragen verminderen met het doel om een basispercentage van 25 % te bereiken. Zo zal onder andere de structurele vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing van 1 % omgezet worden in een extra vermindering van het basistarief van de werkgeversbijdragen. Om het scheppen van banen in kmo’s te bevorderen zal de regering de bijdragevermindering voor de eerste drie aanwervingen versterken en vereenvoudigen.

Modernisering van de arbeidsmarkt

De vereenvoudiging en de modernisering van de reglementering wordt na advies van de sociale partners voortgezet. Het gaat onder meer over een meer flexibele arbeidsorganisatie en arbeidstijd (zoals de annualisering van de arbeidstijd), deeltijds werken, overuren en glijdende arbeidsuren.   

De herziening van de loonbarema’s wordt in samenhang met de vermindering van het aantal paritaire comités afgerond.

De regering zal, na advies van de sociale partners, voorstellen doen om:

  • meer soepelheid in de loopbaanspreiding mogelijk te maken;
  • een “loopbaanrekening” in te voeren die werknemers in staat stelt om tijd en/of loon te accumuleren;
  • de collectieve arbeidsovereenkomst over telewerk te herzien;
  • de verdere harmonisering van de statuten arbeider en bediende te bewerkstelligen. Het gaat onder meer om het gewaarborgd loon, de jaarlijkse vakantie, de tijdelijke werkloosheid en het collectieve arbeidsrecht;
  • de modaliteiten onderzoeken om het krediet van studentenarbeid van 50 dagen te berekenen in uren;
  • het regelgevend kader inzake sluiting van ondernemingen en collectief ontslag aan te passen met het oog op kortere procedures.

Tijdskrediet en loopbaanonderbreking

De uitkering voor het niet-gemotiveerd tijdskrediet wordt geschrapt. De uitzonderlijke landingsbanen tussen 50 en 54 jaar doven uit en de grens van 55 jaar wordt voor eerste aanvragen vanaf 1 januari 2015 op 60 jaar gebracht.

Loopbaaneinde

De voorwaarden om te genieten van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT – voorheen ‘brugpensioen’) worden strenger:

  • vanaf 1 januari 2015 wordt de leeftijdvoorwaarde voor alle nieuwe algemene cao’s van SWT en cao nr. 17 verhoogd van 60 jaar naar 62 jaar;
  • vanaf 1 januari 2017 wordt de leeftijdsvoorwaarde voor SWT in geval van ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering verhoogd naar 60 jaar;
  • vanaf 1 januari 2015 wordt de leeftijdsvoorwaarde voor SWT van de stelsels van zware beroepen (33 jaar beroepsverleden) en lange loopbanen (40 jaar beroepsverleden) verhoogd van 56 jaar naar 58 jaar. Op 1 januari 2017 wordt de leeftijdsvoorwaarde verder verhoogd naar 60 jaar.

Gewaarborgd loon

De periode van gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid wordt op 2 maanden gebracht.

Horeca

De horecasector zal kunnen genieten van een korting op de arbeidskosten. Daarnaast wordt ook de gelegenheidsarbeid hervormd. De grens van 100 dagen wordt op 200 dagen gebracht.  Werknemers die minimaal 4/5 werken bij een werkgever krijgen de mogelijkheid om in de horeca bij te verdienen tegen voordelige voorwaarden.

De regering gaat ook zorgen voor een administratieve vereenvoudiging voor de sector, onder meer voor de sociale documenten zoals DIMONA.

Diverse maatregelen

Volgende punten werden ook opgenomen in het regeerakkoord:

  • de maxima inzake toegestane beroepsinkomsten bij cumulatie met een na de wettelijke pensioenleeftijd of 45 jaar loopbaan ontvangen rustpensioen, worden afgeschaft;
  • de strijd tegen de sociale fraude moet worden opgevoerd.  De regering zal jaarlijks een actieplan tegen sociale fraude goedkeuren met bijzondere aandacht voor sociale dumping;
  • de regering erkent het apart statuut voor de kunstenaar. De huidige regelgeving wordt geëvalueerd, bijgestuurd, geoptimaliseerd om misbruiken te voorkomen;
  • de forfaitaire aftrek van beroepskosten zal worden verhoogd waardoor het netto-inkomen zal stijgen;
  • in samenwerking met de gewestregeringen zal de regering zo snel mogelijk zorgen voor het operationeel maken van de nieuwe vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing bij investeringen in steunzones;
  • er zal worden nagegaan of het opportuun is om de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing te versterken voor wetenschappelijke onderzoekers;
  • er wordt onderzocht of het minimumbedrag van het voordeel van alle aard voor bedrijfswagens kan worden afgeschaft voor milieuvriendelijke wagens;
  • de regering creëert een wettelijk kader voor het mobiliteitsbudget.

Bron: Regeerakkoord – 10 oktober 2014.

Geschreven door : Peggy Criel - Legal department- Partena HR.